Haarlems Dagblad: Achttiende eeuw blijft Teylers’ kracht

Haarlems Dagblad: Achttiende eeuw blijft Teylers’ kracht

Teylers Laatkoppen

Op maandag 18 juni verscheen in het Haarlems Dagblad een recensie van 'De Knetterende Achttiende Eeuw', de jubileumdag van Werkgroep Achttiende Eeuw in Teylers Museum op 16 juni 2018. Journalist Nuel Gieles interviewde me naar aanleiding van mijn objectverhaal over de laatkoppen.

 

Ron Pichel
’De klagende nimf’, muzikaal drama over liefdesbedrog in Teylers Museum gespeeld door Jelma van Amersfoort en Sigurd van Lomme. Foto: Ron Pichel.

 

"In een museum wordt doorgaans weinig gesproken. Zelfs in een lege expositiezaal fluisteren mensen tegen elkaar over wat ze aan schoonheid zien.

Dat gold gelukkig afgelopen zaterdag nou eens niet in Teylers Museum. In het oudste museum van Nederland werd de wetenschap uit de achttiende eeuw dunnetjes overgedaan bij het jubileumcongres ’De knetterende achttiende eeuw’, waarmee de Belgisch-Nederlandse Werkgroep 18e Eeuw zijn halfeeuwfeest luister bijzette. Wat een interessante tijd was dat!

De wereld kwam erachter dat ze zichzelf in alles wetenschappelijk en cultureel nog moest ontdekken. ,,Ik vind het wel leuk’’, zegt Jeroen van den Ham uit Heemskerk. ,,De kennis van nu hebben we voor een groot gedeelte aan toen te danken. Ik ben hier voor die lezing over aderlaten in de achttiende eeuw.’’

Iedereen kent verhalen uit de Middeleeuwen dat dierlijke bloedzuigers werden ingezet om te helen, niet zelden met de dood als gevolg. In de achttiende eeuw kwamen er ’laatkoppen’, mechanische bloedzuigers, een soort vacuümpompen voor aderlatingen en om serieuzer onderzoek te doen naar lichaamssappen in bredere zin. Of aderlaten ooit het oorspronkelijk beoogde resultaat heeft gehad, kun je je afvragen, denkt ook Ruben Verwaal, die er uitleg over geeft in de ovale zaal. ,,Het had ook een groot placebo-gehalte. Bij zo’n aderlating raakte iemand al gauw zo’n halve liter tot een liter bloed kwijt. Met als gevolg dat-ie licht in het hoofd werd en minder pijn ervoer. De familie om het bed had het idee dat het beter ging. Tot de dood erop volgde. Tegenwoordig zou je het wellicht tegen hoge bloeddruk kunnen inzetten, maar hou me ten goede. Ik ben geen medicus.’’ 

Achttiende-eeuws is ook de sfeer in de tweede schilderijenzaal van Teyler aan het Spaarne. Hoewel de theedrinkende vrouw op ’De verkwikking’ van Josef Israëls en de rode bloemenpracht van ’De tuin’ van Jacobus van Looy van honderd jaar later zijn, leent de ambiance zich bij uitstek voor een muzikaal drama over liefdesbedrog dat klaarblijkelijk destijds ook al niet vreemd was: ’De klagende nimf’. Klimeen doet haar beklag over manlief Doris: ’Vreest gij geen worm van ’t bang geweten?’ klinkt het tussen Teylers schilderstukken van een eeuw ervoor: ben je niet bang dat je gevoel gaat knagen? Bij de tweede strofe vraagt bariton-voorzanger Sigurd van Lommel voor de zekerheid: ’Zal ik het nog eens voorzingen, of hebben jullie het al in je melodisch geheugen?’ Het laatste blijkt het geval. Een man die niet met naam in de krant wil, zegt: ,,Nou, niet alleen qua melodie. Dit hoef je mij niet meer voor te zingen. Na meer dan tien jaar is het over tussen mij en mijn vriendin. Zo hadden we het niet bedacht. In de achttiende eeuw ging niet alles van een leien dakje. Maar wat een mooi museum hier, al van tweehonderd jaar geleden.’’ 

’Vreest gij geen worm van ’t bang geweten?’

 

Bron: Nuel Gieles, "Achttiende eeuw blijft Teylers’ kracht" in Haarlems Dagblad, 18 juni 2018, p.5.

Tags